Concurreren op dividendbelasting

De oppositie is in de eerste week van november massaal over Rutte en de VVD heen gevallen, omdat een voor het bedrijfsleven verzachtende maatregel onderdeel is van het regeerakkoord. Een maatregel die de schatkist € 1,4 miljard kost. Wat krijgen we ervoor terug en waarom eigenlijk die maatregel? Rutte legde het allemaal summier en omfloerst uit. De oppositie reageerde op maar de helft van het verhaal. We kunnen er meer hoofdkantoren van grote ondernemingen voor terug krijgen. Of grote ondernemingen als Shell, Akzo, Philips en Unilever zouden dan niet vertrekken. In dit artikel leg  ik uit wat dividend en wat concurreren is. Twee belangrijke begrippen in het debat. Het vergemakkelijkt het volgen ervan.

De essentie van ondernemen

Essentieel voor een onderneming is investeren: geld van eigenaren van de onderneming wordt gebruikt om een machine te kopen of bijvoorbeeld een software programma te maken. Vervolgens wordt met dat wat gekocht en gemaakt is een product of dienst geleverd aan klanten. De klanten betalen daar een rekening voor. Dat is omzet. Als je van die omzet de kosten af haalt houd je winst over.

Dividend en winst

Met die winst kun je twee dingen doen: of je houdt die in het bedrijf en voegt deze toe aan het eigen vermogen. Daarmee wordt de onderneming sterker en gezonder: er is meer weerstandsvermogen. De andere mogelijkheid is om de winst uit te keren aan de eigenaren van de onderneming. Als de onderneming een BV of een NV is noem je die eigenaren aandeelhouders. Waarom keer je winst uit? De eigenaren hebben in het begin het geld geïnvesteerd en zij willen dat geld terug hebben met een vergoeding ervoor. Die uitgekeerde winst is die vergoeding. Die uitgekeerde winst noem je dividend.

Dividendbelasting

De belastingdienst beschouwt dividend als een vorm van inkomen, dat is inkomen uit vermogen en zij heft daar belasting over. De uitkerende onderneming houdt die belasting in en draagt deze af aan de belastingdienst. Die belasting wordt geheven in het land waar de hoofdvestiging van de onderneming staat. Als nu het ene land meer belasting heft dan het andere land dan kan een onderneming de neiging hebben naar het land met het meest gunstige belastingtarief te verhuizen. Het behaalde voordeel is dan voor de aandeelhouders, hoewel ook het bedrijf zelf ervan kan profiteren. Omdat de belasting lager is kan ook de winstuitkering naar beneden om de aandeelhouders hetzelfde dividend te geven.

Aantrekkelijke ondernemingen

Het hebben van ondernemingen van betekenis in je land is belangrijk voor de economie. Het schept werkgelegenheid en het genereert belastingopbrengsten; inderdaad met name dividendbelasting. Maar ook levert het internationaal aanzien op. Om die reden lobbyt elke overheid in de hele wereld om (hoofd)vestigingen van ondernemingen in zijn land te krijgen. Zie bijvoorbeeld de vestiging van Google in Groningen. Dat gebeurt overigens niet alleen nationaal maar ook lokaal. Vandaar het ontstaan van de verschillende ‘valleys’ als foodvalley (Wageningen), maintenance valley (West Brabant). Gebieden die zich internationaal profileren op een bepaald specialisme.

De vergeten elementen in de discussie

“Ik heb geen drie economen geraadpleegd, maar ik voel tot in het diepst van mijn vezels dat we dit (afschaffen dividendbelasting) moeten doen.” Aldus Rutte in het debat. Ofschoon de geschiedkundige Rutte inmiddels wel het een en ander van economie begrijpt, kan deze afweging toch niet als economisch en bedrijfskundig verantwoord worden gezien. Het gaat om € 1,4 miljard en dat is niet iets dat je alleen met je vezels doet. Daar kun je te veel andere dingen voor doen met zo veel geld. Maar ook niemand, noch in de regeringspartijen, noch in de oppositie komt met ook maar enige bedrijfseconomische aanvulling. Curieus.

Rutte’s prijsstrategie: Strategie 1

Dit vraagstuk wordt gepositioneerd als een concurrentie vraagstuk. Immers Rutte is bang dat andere landen aantrekkelijker zijn voor bedrijven die de mogelijkheid hebben relatief eenvoudig te verkassen, zo’n beetje de bedrijven die zich in de AEX bevinden. In die concurrentie is de dividendbelasting de prijs, die ondernemingen betalen voor de vestiging in een bepaald land. Wie is de concurrent? Dat blijft aanvankelijk in het midden, maar blijkt London te zijn. Waarom? Geen dividendbelasting. Andere landen in Europa als Duitsland, Frankrijk en België  heffen zelfs meer belasting dan Nederland. Vandaar het paradijselijk karakter van Nederland (en dus ook het Verenigd Koninkrijk).

Nu is in concurrentie de prijs belangrijk, maar niet alles zeggend. Sterker het hangt sterk af van het soort goed. Is een goed een luxegoed dan is een prijsverlaging niet zonder meer een reden voor mensen om het te kopen. Sommige goederen worden gekocht vanwege hun hoge prijs. Vergelijk maar met sommige whisky’s, parfums, auto’s en andere zeer luxe goederen. Ook bedrijven hebben er veel geld voor over om juiste op de duurste vierkante kilometer gevestigd te zijn: bijvoorbeeld the City. Hier vindt men voor het dure geld de juiste netwerken en infrastructuur.

Als door Rutte wordt ingezet op verlaging van de prijs (de dividendbelasting afschaffen) neemt men in de discussie aan dat Nederland slechts een gemiddeld vestigingsklimaat heeft. Dan maakt het voor de ondernemingen niet uit waar ze zitten en ruilen ze gemakkelijk de ene plaats voor de andere. Je kunt daar van uit gaan en met de prijs concurreren. Dat is Rutte’s strategie tot nu toe.

Strategie 2 levert twee keer zoveel op.

Strategie 2 is: niet de prijs van vestiging verlagen door de dividendbelasting af te schaffen, maar het vestigingsklimaat verbeteren, zodat de multinationals ervaren dat zij waar voor hun geld krijgen. Hij kan daar een deel van die € 1,4 miljard voor gebruiken, die hij in het binnenland kan besteden aan bedrijven die die verbeteringen realiseren. Mogelijkheden te over: immers we hebben een HSL aangelegd, breiden Schiphol uit naar Lelystad, kunnen nog meer investeren in kennisontwikkeling. Noem maar op. Dat is een mooie impuls voor de economie.

Daarmee creëer je dus werkgelegenheid en innovatie. In het andere geval vernietig je het, want als je € 1,4 miljard minder binnen krijgt kun je dat ook niet uitgeven en zal je moeten bezuinigen. En welke uitgaven komen daarvoor in aanmerking?

Strategie 3

Strategie 3 is om in te zetten op meer dan alleen verbetering van de dienstverlening. Het gaat ook om de bereikbaarheid van je product en de reclame die er voor wordt gemaakt. Reclame? Ja, dat is niet alleen een commercial maar elke vorm die je kunt gebruiken om aan de rest van de wereld duidelijk te maken hoe goed je de zaken op orde hebt, bijvoorbeeld door handelsdelegaties in combinatie met staatsbezoeken. Daarnaast kun je nog denken aan de stabiliteit van een land, onder andere door het stabiel houden van je munt. Maar ook politieke stabiliteit is daar een middel in.

Kortom

Er zijn nogal wat mogelijkheden om een deal over vestiging te sluiten anders dan het afschaffen van een belasting. Er is daarmee ook meer inhoud aan te brengen in het debat. En er op die manier mee omgaan heeft het voordeel dat er meer budgettaire ruimte ontstaat. Maar dat niet alleen: als je alle aspecten van concurrentie beschouwt ontstaat er wellicht ook een betere dienstverlening aan bedrijven en versterk je je internationale positie.

 

Share this post
  , , , , , , , , , , , ,


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *