Boijmans €220 mln kan beter.

Van terechte twijfel over de Boijmans innovatie naar een overwogen besluit

Uitgaande van de berichten op Rijnmond TV heb ik, als organisatie adviseur, de vrijheid genomen het vraagstuk over de verbouwing Boijmans nader onderzocht en met name kritisch naar het vraagstuk gekeken en het rapport over de economische effecten bekeken. De twijfel is begrijpelijk, hetgeen ik heb toegelicht in onderstaand stuk. U treft daar ook mijn advies aan.

Vanwege asbest en brandveiligheid moet Museum Boijmans van Beuningen worden gerenoveerd. De geraamde kosten: € 150 miljoen. Het college van B&W van Rotterdam stelt de gemeenteraad voor om het museumgebouw dan ook gelijk te moderniseren. In dat geval zou het een innovatie zijn geraamd op ruim € 220 miljoen. Er is grote twijfel in de gemeenteraad, die vooral de financiering lijkt te betreffen.

De twijfels zijn gerechtvaardigd omdat het om een groot bedrag gaat, circa 20% van de bestemmingsreserve, als het bedrag daar al in is opgenomen. Bovenal is het van start gaan zonder de financiering rond hebben een nadelige positie om de beste prijs te bedingen voor die financiering. Je laat dan alle risico’s op jezelf. Er is echter meer en dat lijkt niet in de discussie te worden betrokken. Deze extra afwegingen staan in deze paper.

In de eerste plaats het gaat om een voor de stad Rotterdam groot bedrag: € 200 miljoen is ongeveer 6% van de begroting (de omzet) en 16% van het eigen vermogen van de stad. Dat zijn beduidende bedragen, waarvan uit het extern jaarverslag niet duidelijk wordt of daar al voor gereserveerd is. De vraag aan de gemeenteraad is om te kiezen tussen twee verbouwingsvarianten, maar is dat wel de juiste vraag? Gezien de functie van de gemeente moet ook een afweging worden gemaakt met andere nijpende problematiek. Je kunt een euro maar één keer uitgeven en dus moet de fweging breder worden getrokken.

Ten tweede: We spreken nog van een begroting, maar wie loopt het risico op financiële uitloop van het traject? Als halverwege de bouw blijkt dat bijvoorbeeld de asbestproblematiek groter is dan gedacht, wie betaalt dat dan? Datzelfde geldt voor het extra bedrag. Als blijkt dat de plannen niet de doelstelling van internationale allure halen en er extra’s nodig zijn wiens risico is dat dan? En de andere kant op geredeneerd: de verbouwing kan dan technisch noodzakelijk zijn, maar moet dar dan € 150 miljoen voor worden uitgegeven. Wat is het advies van bijvoorbeeld een rekenkamer?

In de economische onderbouwing wordt aangegeven dat het nieuwe Boijmans waarschijnlijk wel groei in de opbrengsten laat zien door meer bezoekers, maar het levert niet meer op. Om de extra bezoekers te trekken moeten blockbusters worden georganiseerd, die door de kosten daarvoor geen extra geld in het laatje brengen. In dat geval moet ook rekening worden gehouden met een structureel hogere bijdrage vanuit de culturele subsidies. Hoe verhoudt dit zich tot de bestaande subsidies en de ontwikkeling van het kunstenplan? Het is dus niet alleen deze investering waarover moet worden besloten, maar ook de verhoging van de subsidie aan Boijmans.

Als vierde punt: Verwacht wordt dat de winst van de investering zit in wat het de stad oplevert. Daarbij wordt gesproken over indirecte opbrengsten bij ondernemers en meer inkomsten voor de horeca. Gezien de financieringsstructuur van de gemeente komt daar indirect iets van terug in de vorm van een verhoogde OZB, maar meer ook niet. Een belangrijke afweging is dan in welke mate de gemeente en de ondernemers van Rotterdam moeten bijdragen en risico nemen? De toegenomen aantrekkelijkheid van de stad is beider winst.

Maar ook hier is het kader te eng: het is te beredeneren dat een stad aantrekkelijker wordt met een museum van internationale allure. Maar waar zijn de alternatieven, die wellicht dezelfde opbrengst geven of een nog betere? Zou een investering in kennis, duurzaamheid of gaming industrie bijvoorbeeld niet een net zo grote of grotere aantrekkingskracht hebben en meer bezoekers trekken?

Kortom de twijfel is gerechtvaardigd, maar in mindere mate om de redenen van financierbaarheid. Het is veeleer de definiëring van het besluit en de enge formulering. Het gaat om de vraag of extra moet worden geïnvesteerd in cultuur als speerpunt voor de aantrekkingskracht van Rotterdam, de vraag of je dat met een museum doet en de vraag van de betrokkenheid van de inwoners en de inwonende bedrijven. De financiering zou beter daarop op zijn afgestemd. Het volgende kader van besluitvorming kan daarbij worden afgewogen:

Ga uit van de noodzakelijkheid van renovatie van Boijmans. Laat de geraamde bouwkosten toetsen en laat een minimum en een maximum aan bouwkosten bepalen.

Beschouw het thema vergroten van de aantrekkelijkheid van de stad als apart vraagstuk en weeg daar alternatieven af, waarin de innovatie plannen van Boijmans.

Maak een businesscase van die alternatieven en vergelijk deze. Zorg er wel voor dat het concreter en meer doorgerekend is dan het nu gebruikte rapport.

Geef de inwoners van Rotterdam de gelegenheid deel te nemen in de te kiezen alternatieven bijvoorbeeld door ze onder te brengen in een vennootschap of een coöperatieve vereniging. Een mooie vorm van burgerparticipatie.

Ook de gemeente Rotterdam neemt deel in die vennootschap of vereniging en laat de mate van bijdrage afhangen van de beschikbare middelen en de mate waarin andere vraagstukken financiering behoeven.

 

Share this post



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *